Trekpaardrassen: 7 populaire trekpaarden

Het trekpaard behoort tot de koudbloedrassen. Een koudbloed kenmerkt zich door een zware bouw en een gematigd temperament. Het Belgisch trekpaard is een bekend en populair ras, maar er zijn nog veel meer interessante trekpaardrassen. Deze worden veelvuldig ingezet voor het werk.

Belgisch trekpaard

We starten met het Belgisch trekpaard, een paardenras dat vaak met andere trekpaarden wordt verward. Dit ras komt oorspronkelijk uit Belgiƫ en werd vanaf de 11e eeuw veel ingezet voor het trekken van werktuigen, schepen en de paardetram. In 1886 werd het officiƫle stamboek opgericht. Doordat de landbouw na de tweede wereldoorlog werd gemoderniseerd, verdween dit ras langzaam. Dankzij een aantal fokkers bleef het Belgisch trekpaard behouden.

Het is een geliefd paard voor de huifkar of de koets, ook vanwege het rustige en werkwillige karakter. Daarnaast wordt het veel als hobbypaard gehouden. De schofthoogte ligt op ongeveer 1,70 m waarbij de lichaamsbouw vrij gedrongen maar toch krachtig is.

De Ardenner

Een ander bekend trekpaardras is de Ardenner. Deze is van oorsprong afkomstig uit de Ardennen, waar het tijdens de middeleeuwen werd gefokt. Het ras is inzetbaar als lastdier en trekpaard, maar doet het ook goed onder het zadel. In beperkte mate wordt het ook binnen de bosbouw ingezet.

Het karakter is uitermate rustig. De schofthoogte ligt op ongeveer 1,70 m, en het gewicht varieert van 800 tot wel 1000 kg. Het lichaam heeft een vierkante bouw waarbij de achterhand zwaar uitziet. De benen zijn stevig en voorzien van behang (lange beharing).

Het Nederlands trekpaard

Dit koudbloedpaard vindt zijn oorsprong in Nederland. Met name in Zeeland wordt het ras veel gehouden, hier staat het ook wel bekend als het Zeeuws trekpaard. Het werd vroeger veel voor de landbouw gebruikt, dit nam na de tweede wereldoorlog af. Tegenwoordig is het een goed paard voor de huifkar, de koets of de sjees.

Het Nederlands trekpaard, met een afstamming verwijzen naar het Belgisch trekpaard, is met 1,60 m iets kleiner gebouwd. Het gewicht ligt tussen de 750 en 1000 kg. Het is een zeer rustig ras dat ook nog eens betrouwbaar is. Het enige nadeel is dat het Nederlands trekpaard af en toe koppig kan zijn, iets dat bij het Belgisch trekpaard veel minder vaak voorkomt.

Shire uit Engeland

De shire wordt niet alleen ingezet als trekpaard maar loopt ook veel onder het zadel. Het is echter niet het meest geschikte dressuurpaard, maar meer ter recreatie bedoeld. Het karakter omschrijft zich als rustig, vriendelijk, betrouwbaar en leergierig. Het heeft ook een groot uithoudingsvermogen. Met een schofthoogte van 1,80 m is dit niet alleen een imposant trekpaard maar ook tevens het grootste paardenras ter wereld.

De geschiedenis van de shire is interessant. In de 16e eeuw brachten Nederlanders een aantal Friese paarden naar Engeland mee. Hieruit ontstonden de voorouders van de shire. Je zou dus kunnen zeggen dat het shirepaard een Nederlandse invloed heeft.

Fjord of fjordenpaard

Het is een grappige en bijzondere verschijning: de fjord. Dit paardenras vindt zijn oorsprong in Nederland en behoort tot het zuiverste en tevens oudste ras ter wereld. Al sinds de Vikingen periode worden de dikke manen van de fjord kortgeknipt, waardoor ze recht omhoog staan.

Het fjordenpaard wordt al eeuwenlang ingezet in de landbouw. Vanwege zijn vaste tred en zijn hoge kracht is hij uitermate geschikt voor het werk in het gebergte. De schofthoogte van dit ras ligt tussen de 1,35 m en 1,50 m. Van die kleine bouw merk je weinig wanneer je erop zit, het dier is namelijk breed.

Ondanks zijn enthousiaste en werkwillig karakter is het ook een koppig trekpaardenras. De eigenaar moet hierdoor zeker van zijn zaak zijn en leiderschap tonen. Met een goede opvoeding is het een zeer betrouwbaar paard.

Aanrader voor het trekpaard als rijpaard: een zadelonderlegger met bont. Voorkomt vervelende schuurplekken en maakt het zadel passend.

Bekijk zadelonderleggers bont

Het Vlaams paard

Wanneer je het Vlaams paard ziet dan kun je twijfelen of het hier om een koudbloed of een warmbloed gaat. Dit trekpaard behoort toch echt tot de koudbloeden en is vooral in de Verenigde Staten erg geliefd (Belgian horse). De schofthoogte bedraagt 1,65 m tot 1,75 m. Het dier heeft een groot uithoudingsvermogen en is goed wendbaar. Het heeft wel wat minder kracht dan andere trekpaarden.

Het grootste voordeel is het betrouwbare karakter en de vlotte gangen. Hierdoor is het zeer geschikt als trekpaard, werkpaard en rijpaard.

De haflinger

Op vrijwel elke manege kom je een of meerdere haflingers tegen. Ze worden steeds vaker als rijpaard ingezet, waarbij dressuur, springen en western populaire takken van de sport zijn. Daarnaast is het een zeer goed trekpaard en kan ook als lastpaard dienen. In Tirol kom je de haflinger regelmatig voor de arrenslee tegen.

Tirol is ook gelijk het gebied waar de allereerste haflingers werden gefokt. Het ras ontstond uit een kruising tussen een Arabische volbloed en een inheems paard. Juist dankzij de Arabische volbloed heeft de haflinger een elegante bouw. De schofthoogte ligt tussen de 1,35 m en 1,55 m. Het karakter omschrijft zich als intelligent, werklustig en weinig schrikachtig. Het is rustig in de omgang maar kan af en toe zeer eigenzinnig of koppig zijn.

DierDier

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.